Verbes irréguliers néerlandais

Aller à la navigation Aller à la recherche
Infinif Preterit sg Participe passé Traduction
Aankomen Kwam ... aan Aangekomen Arriver
Aanwerven Wierf ... aan Aangeworven Recruter, Engager
Afspreken Sprak ... af Afgesproken Convenir de
Bakken Bakte Gebakken Cuire
Barsten Barstte Gebarsten Éclater
Bederven Bedierf Bedorven Gâter
Bedriegen Bedroog Bedrogen Tromper
Beginnen Begon Begonnen Commencer
Begraven Begroef Begraven Enterrer
Begrijpen Begreep Begrepen Comprendre
Bekijken bekeek Bekeken Observer
Bergen Borg Geborgen Ranger
Besluiten Besloot Besloten Décider
Betreffen Betrof Betroffen Concerner
Bevelen Beval Bevolen Ordonner
Bewegen Bewoog Bewogen Bouger
Bezoeken Bezocht Bezocht Visiter
Bidden Bad Gebeden Prier
Bieden Bood Geboden Offrir
Bijten Beet Gebeten Mordre
Binden Bond Gebonden Lier
Blazen Blies Geblazen Souffler
Blijken Bleek Gebleken Se révéler, être évident
Blijven Bleef Gebleven Rester
Blinken Blonk Geblonken Briller
Braden Braadde Gebraden Rôtir
Breken Brak Gebroken Casser
Brengen Bracht Gebracht Apporter
Brouwen Brouwde Gebrouwen Brasser
Buigen Boog Gebogen Courber
Delven Dolf / Delfde Gedolven Creuser
Denken Dacht Gedacht Penser
Doen Deed Gedaan Faire
Dragen Droeg Gedragen Porter
Drijven Dreef Gedreven Pousser, flotter
Dringen Drong Gedrongen Presser, pénétrer
Drinken Dronk Gedronken Boire
Duiken Dook Gedoken Plonger
Dwingen Dwong Gedwongen Forcer
Eten At Gegeten Manger
Fluiten Floot Gefloten Siffler
Gaan Ging Gegaan Aller
Gelden Gold Gegolden Valoir
Genezen Genas Genezen Guérir
Genieten Genoot Genoten Jouir
Geven Gaf Gegeven Donner
Gieten Goot Gegoten Verser
Glijden Gleed Gegleden Glisser
Glimmen Glom Geglommen Luire
Graven Groef Gegraven Creuser
Grijpen Greep Gegrepen Saisir
Hangen Hing Gehangen Pendre
Hebben Had Gehad Avoir
Heffen Hief Geheven Soulever
Helpen Hielp Geholpen Aider
Heten Heette Geheten S’appeler
Hijsen Hees Gehesen Hisser
Hoeven Hoefde Gehoeven Avoir besoin de
Houden (van) Hield (van) (van .. ) Gehouden tenir, (Aimer)
Houwen Hieuw Gehouwen Tailler
Jagen Joeg/jaagde Gejaagd Chasser
Kiezen Koos Gekozen Choisir
Kijken Keek Gekeken Regarder
Klimmen Klom Geklommen Grimper
Klinken Klonk Geklonken Résonner
Knijpen Kneep Geknepen Pincer
Komen Kwam Gekomen Venir
Kopen Kocht Gekocht Acheter
Krijgen Kreeg Gekregen Recevoir
Krimpen Kromp Gekrompen Rétrécir
Kruipen Kroop Gekropen Ramper
Kunnen Kon Gekund Pouvoir
Lachen Lachte Gelachen Rire
Laden Laadde Geladen Charger
Laten Liet Gelaten Laisser
Lezen Las Gelezen Lire
Liegen Loog Gelogen Mentir
Liggen Lag Gelegen Être couché
Lijden Leed Geleden Souffrir
Lijken Leek Geleken Sembler
Lopen Liep Gelopen Courir
Melken Molk Gemolken Traire
Meten Mat Gemeten Mesurer
Mijden Meed Gemeden Éviter
Moeten Moest Gemoeten Devoir
Mogen Mocht Gemogen Pouvoir
Nemen Nam Genomen Prendre
Ontbijten Ontbeet Ontbeten Déjeuner (matin)
Ontvangen Ontving Ontvangen Recevoir
Overlijden Overleed Overleden Mourir
Prijzen Prees Geprezen Louer
Raden Raadde Geraden Deviner
Rijden Reed Gereden Rouler
Rijzen Rees Gerezen Elever
Roepen Riep Geroepen Crier, appeler
Ruiken Rook Geroken Sentir
Scheiden Scheidde Gescheiden Séparer
Schelden Schold Gescholden Injurier
Schenden Schond Geschonden Abîmer
Schenken Schonk Geschonken Donner, verser
Scheppen Schiep Geschapen Créer
Scheren Schoor Geschoren Raser
Infinif Preterit sg Participe passé Traduction
Schieten Schoot Geschoten Tirer (fusil)
Schijnen Scheen Geschenen Sembler, briller
Schrijden Schreed Geschreden Marcher
Schrijven Schreef Geschreven Écrire
Schrikken Schrok Geschrokken S’effrayer
Schuilen School Gescholen Se cacher
Schuiven Schoof Geschoven Glisser
Slaan Sloeg Geslagen Frapper
Slapen Sliep Geslapen Dormir
Slijten Sleet Gesleten User
Sluipen Sloop Geslopen Se glisser
Sluiten Sloot Gesloten Fermer
Smelten Smolt Gesmolten Fondre
Smijten Smeet Gesmeten Lancer
Snijden Sneed Gesneden Couper
Snuiten Snoot Gesnoten Moucher
Snuiven Snoof Gesnoven Renifler
Spannen Spande Gespannen Tendre
Spijten Speet Gespeten Regretter
Spinnen Spon Gesponnen Filer
Splijten Spleet Gespleten Fendre
Spreken Sprak Gesproken Parler
Springen Sprong Gesprongen Sauter
Spuiten Spoot Gespoten Arroser
Staan Stond Gestaan Être debout
Steken Stak Gestoken Piquer
Stelen Stal Gestolen Voler
Sterven Stierf Gestorven Mourir
Stijgen Steeg Gestegen S’élever
Stinken Stonk Gestonken Puer
Stoten Stootte Gestoten Heurter
Strijden Streed Gestreden Combattre
Strijken Streek Gestreken Repasser
Treden Trad Getreden Marcher
Treffen Trof Getroffen Toucher
Trekken Trok Getrokken Tirer
Uitpluizen Ploos uit Uitgeplozen Éplucher
Vallen Viel Gevallen Tomber
Vangen Ving Gevangen Attraper
Varen Voer Gevaren Naviguer
Vechten Vocht Gevochten Se battre
Verbergen Verborg Verborgen Cacher
Verbieden Verbood Verboden Interdire
Verblijven Verbleef Verbleven Séjourner
Verdrieten Verdroot Verdroten Attrister
Verdwijnen Verdween Verdwenen Disparaître
Vergelijken Vergeleek Vergeleken Comparer
Vergeten Vergat Vergeten Oublier
Verkopen Verkocht Verkocht Vendre
Verlaten Verliet Verlaten Quitter
Verliezen Verloor Verloren Perdre
Vermogen Vermocht Vermocht Pouvoir
Verschijnen Verscheen Verschenen Paraître
Verslinden Verslond Verslonden Dévorer
Verstaan Verstond Verstaan Comprendre
Vertrekken Vertrok Vertrokken Partir
Verzinnen Verzon Verzonnen Imaginer
Verzwinden Verzwond Verzwonden Disparaître
Vinden Vond Gevonden Trouver
Vlechten Vlocht Gevlochten Tresser
Vliegen Vloog Gevlogen Voler
Voorkomen Voorkwam Voorkomen Éviter
Voorkomen Kwam voor Voorgekomen Se passer
Vouwen Vouwde Gevouwen Plier
Vragen Vroeg Gevraagd Demander
Vriezen Vroor Gevroren Geler
Wassen Waste Gewassen Laver
Wegen Woog Gewogen Peser
Werpen Wierp Geworpen Jeter
Weten Wist Geweten Savoir
Weven Weefde Geweven Tisser
Wijken Week Geweken Reculer
Wijten Weet Geweten Imputer
Wijzen Wees Gewezen Indiquer
Willen Wilde Gewild Vouloir
Winden Wond Gewonden Enrouler
Winnen Won Gewonnen Gagner
Worden Werd Geworden Devenir
Wreken Wreekte Gewroken Venger
Wrijven Wreef Gewreven Frotter
Wringen Wrong Gewrongen Tordre
Zeggen Zei Gezegd Dire
Zenden Zond Gezonden Envoyer
Zien Zag Gezien Voir
Zijn Was/Waren Geweest Être
Zingen Zong Gezongen Chanter
Zinken Zonk Gezonken Sombrer
Zitten Zat Gezeten Être assis
Zoeken Zocht Gezocht Chercher
Zuigen Zoog Gezogen Sucer
Zuipen Zoop Gezopen Siroter
Zullen Zou (Auxilaire)
Zwelgen Zwolg Gezwolgen Ingurgiter
Zwellen Zwol Gezwollen Enfler
Zwemmen Zwom Gezwommen Nager
Zweren Zwoer Gezworen Jurer
Zwerven Zwierf Gezworven Errer
Zwijgen Zweeg Gezwegen Se taire

Voir aussi

Article publié sur Wikimonde Plus

  • Portail des langues
  • Portail des Pays-Bas